Wisselexposities 2015

Kievit

Van 19 april tot 1 nov. staat de Kievit centraal in ons museum met de expositie

'De Leafde foar de Ljip''de Kievit in de kunst.

Van zondag 19 april tot en met 1 november staat de Kievit, de Ljip, centraal in het Fries Landbouwmuseum.  Onder de titel: ’’De leafde foar de Ljip, de kievit in de kunst’’,  laat het museum  deze weidevogel in kunstwerken zien.  
De expositie bestaat uit schilderijen en beelden die allemaal deze vogel als onderwerp hebben. De werken komen van twee verzamelaars: B. J. Graatsma die de afgelopen kwart eeuw een grote collectie kunst over de kievit heeft verzameld en van mw. J. Kuperus die alles waar ook maar een kievit op staat, bijeen gaart.
Aanleiding is mede het verschijnen van een nieuw boek over deze prachtige weidevogel van Pieter Breuker met als titel ’Ljip en aai yn hert en holle’’

K.I. 

Nog het hele seizoen te zien

Het kunstmatig insemineren van koeien werd in Nederland voor het eerst gedaan door dierenarts dr. J. Siebenga in Oldeberkoop. Het eerste kalf dat zo verwekt werd, kwam op 5 december 1935 ter wereld op het bedrijf van J. Wemer te Elsloo. In Friesland en met name in de Wouden, zijn direct na de oorlog al vrij snel verenigingen voor kunstmatige inseminatie opgericht. Vooral kleine veehouders hadden daar behoefte aan want die konden zelf geen goede fokstier aanschaffen of ze kampten met onvruchtbare koeien vanwege dekinfekties. Toen eind 1946 in Drachten de Bond van KI-verenigingen werd opgericht, waren er al meer dan twintig verenigingen. Dit aantal groeide tot 27, maar kort na 1947 kwamen er al fusies tot stand. In 1950 werden de eerste 'echte' KI-stations geopend  en in 1955 beschikten alle toen opererende verenigingen over een eigen onderdak. In de loop van de jaren daalde het aantal verenigingen tot vier. In 1978 kwam er een gezamenlijk KI-station in Giekerk dat plaats bood aan 200 stieren. Aan het einde van de 20ste eeuw zijn alle organisties van veeverbetering, K.I. en melkcontrole opgegaan in de landelijke CRV.CRV is nu een internationale onderneming op het gebied van rundveeverbetering zoals ontwikkeling, productie en verkoop van genetische producten, fokkerijbegeleiding, melkproductieregistratie en kunstmatige inseminatie. 

 

EXPOSITIES GEMIST 2014

''HEECH WETTER''

Parallel aan de expositie over Amerikaanse windmotoren toont het Fries Landbouwmuseum van 20 juli tot 1 november onder de titel ‘’Heech Wetter’’, foto’s van wateroverlast in Friesland. Behalve van overstromingen vanaf zee kent onze provincie ook wateroverlast vanwege overvloedige regen en gebrekkige afvoer. Tot in eerste helft van de 20e eeuw stonden 's winters grote delen van Friesland onder water. Ook tijdens natte zomers kwamen veel weilanden blank te staan. Het bouwen van windmolens en later gemalen was de oplossing, maar in veel gevallen waren die niet toereikend. Naast de afvoer uit de polders op de boezem was het noodzakelijk het boezemwater af te voeren naar zee. Ook daar schortte het een en ander aan.
In 1910 bijvoorbeeld ‘strûpte’een groot deel van de provincie er onder. Piter Jelles Troelstra die in die jaren in de Tweede kamer zat schreef in het tijdschrift ‘De Amsterdammer’: 'Van 't Sneeker meer tot Tietjerk ziet men overal overstroomd land, vaak onafzienbare vlakten water, waar ternauwernood en lang niet overal de polderdijken als dunne groene strepen doorheen loopen'.
Om dit probleem op te lossen werd in 1913 besloten een stoomgemaal bij Lemmer te bouwen. Dit Woudagemaal werd in 1920 geopend. Maar ook dit grote gemaal kon niet alle problemen verhelpen. Er bleef sprake van regelmatige wateroverlast in het lage midden van de provincie. Daarom werd in de jaren 60 van de vorige eeuw besloten tot de bouw van het elektrische J.L. Hooglandgemaal, dat in 1967 in gebruik is genomen. 
Maar na hevige regelval kan het, ook nu nog, mis gaan zoals de foto’s laten zien.

 

WINDMOTOREN

 

Van 25 mei tot 1 november organiseert het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld een expositie over Amerikaanse windmotoren. In het Friese landschap staan nog op verschillende plaatsen deze stalen windmolens. Ze namen vanaf begin 1900 de plaats in van de oude houten watermolens zoals de tjasker, de spinnekop en de monniksmolen. In eerste instantie werden veel windmotoren, met namen als 'Herkules Metallicus', geïmporteerd vanuit Amerika en Duitsland. Later gingen Friese bedrijven, zoals Gebroeders Bakker IJlst en Mous uit Balk, deze Amerikaanse windmotoren zelf verbeteren en bouwen.

 

De Amerikaanse windmotor dankt zijn naam aan de Amerikaan Daniel Halladay, die in 1854 het eerste ontwerp maakte van een stalen windmolen. Amerikaanse boeren gebruikten de molen in droge streken om water op te pompen om hun vee te drenken. Rond 1900 kwam de Amerikaanse windmotor vanuit Duitsland naar Nederland. De Duitsers hadden overigens van de Amerikaan een andere molen gemaakt: veel groter en niet meer bedoeld om water omhoog te pompen, maar juist om water mee af te voeren.
In Friesland werd de molen erg populair. In de eerste plaats vanwege het kleinschalige polderlandschap, er waren daardoor veel plaatsen waar een windmotor opgericht kon worden. Het had daarnaast te maken met het conservatisme van de Friese boeren. Die vonden stoommachines, die in die jaren ook beschikbaar kwamen, veel te ingewikkeld en kostbaar: de wind was immers gratis en steenkool was duur. Ook hadden deze gemalen bediening nodig. De Amerikaan daarentegen had bijna geen menskracht nodig, want de molen kan zichzelf door een slimme constructie naar de wind richten en bij harde wind zich aanpassen of zelfs automatisch uit de wind draaien.

 

Kort

 

Toch was de glorietijd van de windmotor maar van korte duur. Na WO II werden de windmotoren op grote schaal vervangen door gemalen die aangedreven werden door elektriciteit of dieselmotoren.
Door de concentratie van polders en waterschappen werden veel windmolens overbodig en daarna afgebroken. Gelukkig is er een aantal windmotoren gespaard gebleven. Verschillende daarvan zijn gerestaureerd, onder andere in opdracht van deStichting Waterschapserfgoed. Zij zijn de stille getuigen van de laatste fase van de windbemaling in Fryslân.

 

 

 kijk ook op de sites van:

www.waterschapserfgoed.nl

www.windmotoren-friesland.nl

 

 

 

 

 

 

GRIETJE HUISMAN: TUINPATAT

 

Van 1 april tot 15 juli a.s. organiseert het Fries Landbouwmuseum de expositie ‘Tuinpatat’, de originele aquarellen uit het recent verschenen gelijknamige boek van kunstenaar Grietje Huisman.

‘’Iepke en Bette zien piepers op het aanrecht liggen, maar er zitten gekke dingetjes aan. ‘Dat zijn spruiten,’ zegt hun vader, ‘als je een aardappel in de grond stopt, komt er een plant uit. Daar groeien weer kleine aardappeltjes aan.’ Dat willen Iepke en Bette wel eens met eigen ogen zien. Dus gaan ze met hun schepjes de tuin in. De tuinkabouters kijken toe.’’ 

 

In het werk van Grietje Huisman (Leeuwarden, 1962) komt haar hechte band met de natuur naar voren. Het liefst schildert ze dingen die ze dagelijks om haar heen ziet. Toen ze een paar jaar geleden een kinderfoto met knuffelbeer Bette terugvond, ontstond het idee voor dit boek.

In Tuinpatat, het eerste prentenboek van Grietje Huisman, laat ze een wereld zien waarin Beer Bette zich thuis voelt.  

Grietje Huisman (Leeuwarden 1962) groeide op in het Friese dorpje Herbayum vlak bij Harlingen. In haar jonge jaren speelde ze vrijwel dagelijks bij een boerenfamilie buiten het dorp. Het contact met dieren en natuur was vanzelfsprekend. Het tekenen begon al op jonge leeftijd, op school en thuis. Tot haar 35ste richtte ze zich voornamelijk op het schilderen van planten en bloemen met waterverf. Daarna kwam een periode waarin ze met olieverf begon te werken en ook stillevens en portretten schilderde.

Tijdens een vakantie in Engeland in 2006 bezocht ze een tentoonstelling van het werk van de Engelse schilderes Beatrix Potter. Ze genoot van haar prachtige tekeningen maar merkte ook dat ze terugverlangde naar de waterverf en het schilderen van ‘kleine’ natuur.

Momenteel werkt Grietje Huisman aan een nieuw avontuur van Bette en Iepke in de natuur. 

makkeynfryslan

Timeskaters 

Frysk Lânbou Museum
Koaidyk 8b
9264 TP  Earnewâld

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  Telefoon 0511-539420   geregistreerd-museum
  Fax 0511-539697