OUDERDOM BOERDERIJEN IN 3D

Hoe was de historische ontwikkeling van de Friese Boerderij. Er zijn al heel wat onderzoeken naar gedaan.
Beroemd is het werk van Klaas Uilkema, die aan het begin van de 20ste eeuw baanbrekend onderzoek deed naar de bouwgeschiedenis van boerderijen. Het Fries Landbouwmuseum presenteert op zondagmiddag 2 oktober een fraaie 3D animatie waarin de historische ontwikkeling van de Friese boerderij te zien is. De animatie is gemaakt door studenten van de NHL 3D Minor in Leeuwarden. Tijdens deze middag wordt de animatie voor het eerst aan publiek getoond. De aanvang is 15:00 uur en duurt tot 17:00 uur.

Vooraf geeft boerderijonderzoeker Paul Borghaerts uit Easterein een overzicht van zijn werk naar de ouderdom van boerderijen aan de hand van dendrologisch historisch onderzoek. Hij haalt boorstalen uit boerderijen waarmee hij de ouderdom van gebinten kan bepalen. Uit de jaarringen kan hij vaststellen hoe oud het hout is en waar het vandaan komt.
In 2015  vond Borghaerts op die manier de oudste, tot nu toe bekende, boerderij van Friesland in Reahûs. Met zijn onderzoek voegt hij weer nieuwe ontdekkingen toe in het boerderijenonderzoek en voegt zich in de rij onderzoekers die na Uilkema kwamen.
In zijn lezing vertelt hij over de verschillende opeenvolgende boerderijvormen in de context van een voortdurende ontwikkeling van bedrijfsvoering en de doorgaande schaalvergroting die al eeuwen gaande is op het Friese platteland.
Verder zal hij ingaan op een paar ontdekkingen van unieke boerderijen en bouwvormen. Een voorbeeld  is een boring in een voormalige kloosterboerderij. Het bintwerk staat in Winsum en is een uniek voorbeeld van een hergebruikt bint uit 1690. De boorstaal is van eikenhout en komt uit 1563. Waarschijnlijk is het een eiken stijl uit een hooischuur die hergebruikt is in een nieuwe grenen schuur.

Wie de middag bij wil wonen kan zich aanmelden kan via: https://www.aanmelder.nl/3d-animatie

Programma

15:00: Woord van welkom door directeur Henk Dijkstra;

15:05 Lezing Paul Borghaerts over de ouderdom van boerderijen en hoe hij dat onderzoekt;

15:45 pauze;

16:00 Vervolg lezing met evt. vragen;

16:15 Presentatie van de 3D project en uitleg door de studenten hoe het tot stand is gekomen;

De entree (incl. museum) is € 6,00 pp.

De NHL studenten waren: Sander Winter, Petra Hoekstra, Keyla Meijer, Marijn Tollenaar, Jetze Elzinga, Bo Komans, Auke van Slooten, Renaldo Spin, Maarten Hof

 

Foto expositie 

Gemalen

Monumenten van waterbeheer
1 juli t/m 31 oktober

Gemalen: monumenten van waterbeheer, is de titel van een foto-expositie in het Fries Landbouwmuseum die te zien is van 1 juli t/m 31 oktober 2016. Deze expositie is een foto-impressie van oude- en nieuwe gemalen in Friesland gefotografeerd door Sieb Kinderman. Deze fotograaf reisde anderhalf jaar door de provincie om ze op de foto te zetten. Het geeft een prachtige sfeerimpressie van hoe wij vroeger en nu, onze waterbeheersing vormgaven.

 Waterbeheersing

Om in ons land goed te kunnen wonen en leven is de waterbeheersing van groot belang. Eerst ging dat op natuurlijke wijze via sluizen of zijlen. In de vroege Middeleeuwen kwamen er bemalingswerktuigen. Tot in de 17e en 18e eeuw was de windmolen het belangrijkste hulpmiddel, maar de relatief beperkte capaciteit en vooral de afhankelijkheid van de wind was een handicap.
De opkomst van de stoommachine die vanaf omstreeks 1870 als serieuse aandrijfbron ging fungeren, luidde het einde in van de poldermolens. Een kleine opleving in windaandrijving daargelaten toen rond 1920-1930 de Amerikaanse windmolen een kort leven kende. Deze vormden een tijdelijk alternatief voor de relatief dure stoombemaling.
Net na 1900 kwam de verbrandingsmotor op en snel daarna de elektromotor. De laatste is nu het meest voorkomend. Tussen 1910 en 1950 werden de stoomgemalen ontdaan van hun stoommachines. Nu rest alleen nog het, in 1920 in gebruik genomen, ir. D. F. Wouda stoomgemaal te Lemmer.

Ontwerp en ontwerpers

In de tijd van de windmolen was het ontwerp en de bouw meestal verenigd in één persoon: de molenbouwer. In de eerste helft van de 19e eeuw werd het ontwerpen van gemalen een zaak van de overheid, te weten de Dienst Waterstaat. Daarna gingen ook particuliere ingenieurs en architecten zich hiermee bezig houden. Soms ontwierpen ze onopvallende bouwwerkjes, maar er zijn ook architectonische pareltjes gecreëerd.

Fabrikanten, installateurs en bouwers

De eerste mechanische gemalen werden uitgerust met machines uit Engeland en Duitsland. Later gingen Nederlandse bedrijven een rol spelen bij de bouw van stoommachines, pompen en motoren. Veel van de fabrikanten uit de beginperiode bestaan niet meer. In Friesland is het meer dan honderd jaar oude Landustrie in Sneek een grote speler.

 De fotograaf

Sieb Kinderman (1940) werd geboren in de "Zwartebroekpolder" vlakbij De Mûnein.

De polder telde één boerderij (plm. 20 hectare), met een eigen bemaling. Hij boerde daar 10 jaar en vertrok toen naar de voormalige proefboerderij ‘WIELSICHT’ in Ryptsjerk.

Na 20 jaar werd zijn land omgezet naar ‘natuurgebied’ en kwam er een einde aan zijn agrarische leven. In de plaats ervan kwam er tijd voor hobby’s zoals fietsen en fotograferen.

Op één van zijn fietstochten zag hij een vervallen gemaaltje met dichtgespijkerde ramen. Zo ontstond een passie voor deze oude soms in onbruik geraakte gebouwtjes, een aantal met architectonische waarde. Maar hij vond ook nieuwe juweeltjes.

Na anderhalf jaar zoeken en fotograferen leidde het tot deze expositie.

 

 De koeien van Benninga 

Enige tijd geleden heeft het Fries Landbouwmuseum een tweetal bijzondere beelden verworven. Ze zijn afkomstig van Benninga’s margarinefabrieken in Leeuwarden.
De twee stenen beelden, liggende koeien om precies te zijn, zaten ooit ingemetseld in de muur aan weerszijden van de hoofdingang van de Leeuwarder margarinefabriek aan de Harlingertrekweg.
Benninga, bekend van de margarine én van ‘Bebogeen’ werd in 1972 door de Heerenveense firma Smilde  overgenomen. In 1979 is de fabriek gesloopt. Later ging het terrein over naar de Postgiro en weer later naar de Thuiszorg.
Na de sloop van de fabriek zijn de beide beelden bij nazaten van de familie in Amsterdam terecht gekomen, waar ze jaren lang een plekje  hadden op een balkon met uitzicht op de Amstel. 
Na deze omzwerving en na een restauratie,  worden ze op zondag 10 april a.s. in het museum gepresenteerd. De restauratie is mede mogelijk gemaakt door Smilde Heerenveen en het  ‘Zadelfonds’ van de gemeente Leeuwarden.  
Geschiedenis
Bij de koeien horen twee jaartallen: 1872 het jaar dat Benjamin Benninga in Lemmer een koosjere vetsmelterij begon en 1932 toen de fabriek naar Leeuwarden verhuisde. De beelden zijn nauw verbonden met de bouw- en industriële geschiedenis van Leeuwarden. Het gaat om zogeheten bouwkeramiek. Het vermoeden bestaat dat de beelden zijn vervaardigd door de belangrijkste bouwkeramist van zijn tijd, W.C. Brouwer. De stukken vertegenwoordigen daarmee ook kunsthistorische waarde, zeker voor Friesland, waar weinig werk van Brouwer te vinden is.

Willem Coenraad Brouwer (1877 –  1933) was een Nederlandse keramist en beeldhouwer. Hij richtte in 1901 een keramisch bedrijf op in Leiderdorp onder de naam Fabriek van Brouwer's Aardewerk. Vanaf 1906 maakte hij ook bouwaardewerk en tuinkeramiek, een voorbeeld hiervan is het architecturale keramiek dat hij maakte voor het Vredespaleis in Den Haag en het Sparta Stadion.
Hij wordt gezien als vernieuwer op dit gebied. Brouwer werkte samen met architecten als Berlage, Oud, Dudok en Wils. In Friesland is hij bekend van de ornamenten (1914) voor de kerk van Scharsterbrug. 

 

 

 

 

 

 

 

 K.I.

   Het is 80 jaar geleden dat het eerste kalfje verwekt is met Kunstmatige inseminatie: een revolutie. 

makkeynfryslan

Timeskaters 

Frysk Lânbou Museum
Koaidyk 8b
9264 TP  Earnewâld

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  Telefoon 0511-539420   geregistreerd-museum
  Fax 0511-539697